Kort antwoord: In het Nederlands heet dit ras simpelweg beagle, er bestaat geen andere of vertaalde naam. Rasnamen van honden worden internationaal vastgesteld door de FCI, en de Raad van Beheer volgt die naamgeving, dus ook in Nederland is en blijft het "Beagle". Wat mensen soms bedoelen is de groep waartoe het ras behoort: de beagle valt onder de brakken, FCI-groep 6, in het Nederlands "lopende honden en zweethonden". Je zou hem dus een Engelse brak kunnen noemen, maar dat is een groepsaanduiding en geen alternatieve rasnaam.
Brak als groepsnaam, beagle als rasnaam
"Brak" is geen synoniem voor beagle, maar de naam van de bredere hondengroep waar de beagle bij hoort: honden die op de jacht een spoor volgen en daarbij blaffen of janken om de jager te leiden. Binnen die groep bestaan tientallen rassen uit verschillende landen; de beagle is de Engelse variant ervan.
Waar komt het woord 'beagle' vandaan?
Zeker weet niemand het: de gangbaarste verklaring wijst naar het Oudfranse bee gueule, "wijde keel", verwijzend naar het luide geblaf tijdens de jacht. Er is ook een verklaring die een verband legt met een woord voor "klein". Beide verklaringen zijn onbevestigd, dus behandel ze als aannames en niet als vaststaand feit.
Rastypische kenmerken
| Kenmerk | Omschrijving |
|---|---|
| Schofthoogte | Circa 33 tot 40 centimeter |
| Oren | Hangend |
| Vachtkleur | Meestal driekleurig |
| Herkomst | Engeland, negentiende eeuw |
| Oorspronkelijk doel | Jacht op haas en konijn, te voet gevolgd door de jager |
| Huidige rol | Gezinshond en speurhond, onder andere op luchthavens |
Waar moet je op letten als eigenaar?
Beagles hebben een uitzonderlijk reukvermogen en volgen een spoor zeer vasthoudend, wat loslopen zonder goede training riskant maakt. Ook staat het ras bekend om zijn stem: een beagle laat zich duidelijk horen.
De officiële rasstandaard is te vinden bij de FCI, achtergrondinformatie staat op nl.wikipedia.org. Voor advies over verzorging en opvoeding kun je terecht bij licg.nl en houdenvanhonden.nl.